De veranderende stad · Oldenzaal 1626–2026
Tentoonstelling in het Palthehuis
wo 22 jul 2026 · 10:15 Historie · 400 jaar Nederland
1. Het Palthehuis en de viering van 400 jaar
Zaterdagmorgen, even de tijd genomen en een bezoekje gebracht aan de tentoonstelling "De veranderende stad 1626 – 2026" in het Palthehuis te Oldenzaal. De expositie laat op een indringende manier zien hoe Oldenzaal door de eeuwen heen is veranderd. Aanleiding is het historische feit dat Oldenzaal vierhonderd jaar officieel bij Nederland hoort. Na de Spaanse overheersing kwam de stad na het Beleg van Oldenzaal op 1 augustus 1626 definitief in handen van het Staatse leger. Terwijl de huidige politiek, samen met het stadsbestuur en de inwoners, zich opmaken voor ingrijpende veranderingen in de ruimtelijke ontwikkeling, maakt Museum Oldenzaal met deze tentoonstelling een pas op de plaats. De tentoonstelling biedt een gevarieerd en verrassend beeld van een stad, zoals die door de eeuwen heen is vastgelegd door kunstenaars en fotografen. Illustraties, tekeningen, schetsen en foto's tonen de ingrijpende transformaties die Oldenzaal de afgelopen vierhonderd jaar onderging. De getoonde oogst aan kaarten, schilderijen en kunstobjecten is indrukwekkend en verrassend.
Het Palthehuis zelf, een statig herenhuis uit de achttiende eeuw, vormt een passend decor voor deze reis door de tijd. De zalen ademen geschiedenis; de houten vloeren kraken zacht onder de voeten van bezoekers die stil staan bij de verbeelding van een stad die steeds weer opnieuw werd uitgevonden. De tentoonstelling is niet alleen een terugblik, maar ook een uitnodiging om na te denken over de toekomst van de oudste stad van Twente. De combinatie van oude prenten en moderne foto's laat zien dat verandering de enige constante is — maar dat het eigen karakter van Oldenzaal steeds bewaard bleef. De eerste zaal toont een indrukwekkende plattegrond uit 1626, vlak na de inname door de Staatse troepen. De stad was toen nog omsloten door wallen en grachten, een silhouet dat in de loop der eeuwen bijna onherkenbaar zou veranderen.
2. Vestingstad in een nieuw tijdperk
In de zeventiende eeuw was Oldenzaal een strategische vestingstad. De muren en bastions herinnerden aan de oorlogen met Spanje en later met de Fransen. De tentoonstelling laat gravures zien waarop de stad nog duidelijk omsloten is door grachten en poorten. De Sint-Plechelmusbasiliek torent hoog boven de daken uit, zoals ze dat nog steeds doet. In die tijd was Oldenzaal een rustig provinciestadje, waar handel en ambacht de boventoon voerden. De bevolking leefde voornamelijk binnen de wallen; de akkers en weiden lagen net buiten de poorten. Het dagelijks leven speelde zich af op de markt, rond de waterput en in de kleine steegjes. De tentoonstelling toont een prachtige pentekening uit 1688 van de Kerkstraat, waar nog geen sprake is van verharding; paarden en wagens ploegen door de modder. Het is een wereld die voor ons onvoorstelbaar ver weg lijkt, maar waarvan de sporen nog altijd zichtbaar zijn in het stratenpatroon van het centrum.
In de achttiende eeuw groeide Oldenzaal langzaam, maar de vestingstatus bleef bepalend. De stad was een garnizoensplaats, wat betekende dat er soldaten gelegerd waren en dat de economie mede draaide op de aanwezigheid van het leger. Herbergen en brouwerijen floreerden. De tentoonstelling besteedt hier uitgebreid aandacht aan met originele objecten, waaronder een zilveren drinkbeker van het schuttersgilde. Het Palthehuis toont ook een zeldzame kaart uit 1750, gemaakt door landmeter Van der Heijden, waarop de stad nog vrijwel geheel ommuurd is. De kleuren zijn nog levendig: groene wallen, rode daken, en het blauwe water van de gracht. Het is een vredig tafereel, maar de geschiedenis leert dat Oldenzaal meerdere malen werd belegerd. Pas in de negentiende eeuw zouden de vestingwerken worden geslecht en kon de stad zich vrijuit ontwikkelen.
3. De negentiende eeuw: ontmanteling en opkomst van textiel
De negentiende eeuw betekende een breuk met het verleden. De vestingwerken werden geslecht en Oldenzaal kon zich uitbreiden. De tentoonstelling toont litho's uit de jaren 1840, waarop de sloop van de stadspoorten te zien is. Het was het begin van een nieuwe periode: de textielindustrie deed haar intrede. Kleine fabriekjes verrezen langs de rand van de stad, aangedreven door stoommachines. Oude prenten tonen de eerste schoorstenen die boven de daken uitstaken — een teken van de industriële revolutie die ook Twente in zijn greep kreeg. De bevolking groeide, en met de komst van de spoorlijn in 1865 werd Oldenzaal beter verbonden met de rest van het land. De tentoonstelling heeft een prachtig aquarel uit 1872 van de nieuwe stationsbuurt, met nog veel braakliggend terrein.
In deze periode vestigden zich ook de eerste textielfamilies die later de stad zouden domineren. De fabrieken boden werk aan honderden mensen, en de stad kreeg een geheel nieuw aanzien. Arbeiderswoningen verrezen in de schaduw van de fabriekshallen. De tentoonstelling laat foto's zien van het fabrieksinterieur: weefgetouwen, spoelen en arbeiders in witte kielen. Het is een ruwe, maar dynamische tijd. Het oude stadshart bleef grotendeels bewaard, maar er ontstond een duidelijke tweedeling tussen het historische centrum en de nieuwe industriële wijken. De kaalslag van het stadshart was nog ver weg; het zou tot de twintigste eeuw duren voordat ingrijpende verbouwingen het aanzicht van de binnenstad zouden veranderen.
4. De vroege twintigste eeuw: textiel en gemeenschap
Het begin van de twintigste eeuw was voor Oldenzaal de bloeiperiode van de textielindustrie. Grote fabrieken als die van de familie Ten Cate en de textielfabriek van de gebroeders Jannink bepaalden het straatbeeld. Duizenden arbeiders stroomden elke ochtend de fabriekspoorten binnen. De tentoonstelling heeft een indrukwekkende collectie foto's uit die tijd: groepsportretten van wevers, onderwijzers en winkeliers, de ruggengraat van de stad. Ook het sociale leven bloeide: er waren voetbalclubs, zangkoren en fanfares. Het carnavalsleven begon ook vorm te krijgen, met als hoogtepunt de optochten die later zouden uitgroeien tot een vast onderdeel van de Oldenzaalse identiteit.
Op het bankje in de expositieruimte klinkt plotseling het carnavalslied van Toon Borghuis tot mij door: "Ons stadke krig nen singel". Ja, dat was de tijd toen de kaalslag van ons stadshart is begonnen. Het lied verwijst naar de grote veranderingen die in de jaren dertig en veertig zouden plaatsvinden. De eerste singelwegen werden aangelegd, en het autoverkeer maakte zijn opmars. De stad werd opengereten voor nieuwe infrastructuren, met als gevolg dat enkele historische panden moesten wijken. De tentoonstelling besteedt hier aandacht aan met een reeks foto's van de gesloopte huizen aan de Molenstraat. Het was een voorbode van de grotere stadsvernieuwing die na de Tweede Wereldoorlog zou volgen.
5. Oorlogsjaren en wederopbouw
De Tweede Wereldoorlog liet ook in Oldenzaal diepe sporen na. De tentoonstelling toont zwart-witfoto's van de bezettingstijd, met Duitse militairen op de markt en joodse families die werden weggevoerd. Het Palthehuis heeft een aangrijpend dagboek tentoongesteld van een onderduiker die in de bossen rond de stad verbleef. Na de bevrijding in 1945 begon de wederopbouw. De stad was niet verwoest zoals Rotterdam of Enschede, maar er was wel schade en er was een groot woningtekort. In de jaren vijftig verrezen de eerste nieuwbouwwijken: de Rozenstraat, de Leliestraat, en later de wijken rond de Thij. De textielindustrie herstelde zich aanvankelijk, maar de basis was broos geworden.
De tentoonstelling heeft een panoramafoto uit 1955 die het centrum toont met nog veel oude gevels, maar ook met de eerste naoorlogse winkels in de Hoogstraat. Het is een stad in beweging. De bevolking groeide snel, en er werden plannen gemaakt voor grootschalige uitbreidingen. De oude singel werd deels gedempt om plaats te maken voor een rondweg. Het karakteristieke grachtensysteem verdween, wat later met weemoed zou worden herdacht. Maar in de optimistische jaren vijftig leek dat vooruitgang. De tentoonstelling vat deze ambivalentie goed samen: oude ansichtkaarten naast nieuwbouwschetsen, en een stemmige film van de intocht van de bevrijders in 1945.
6. De kaalslag van het stadshart
De jaren zestig en zeventig waren ingrijpend voor het aanzicht van Oldenzaal. Onder het mom van 'modernisering' werden tientallen oude panden in het centrum gesloopt. De tentoonstelling toont aangrijpende foto's van de afbraak van de hele wijk rond de Oude Markt. Winkelketens en nieuwe winkels verrezen, vaak in beton en glas. Het carnavalslied van Toon Borghuis was een protestlied tegen deze ontwikkelingen. "Ons stadke krig nen singel" sloeg op de aanleg van de nieuwe singelweg die dwars door het oude centrum sneed. De tentoonstelling heeft een speciaal hoekje ingericht met de protestbrieven die destijds naar de gemeente werden gestuurd. Inwoners waren boos op de sloop van hun geliefde panden. Toch ging de kaalslag door, en veel historische panden maakten plaats voor parkeerterreinen en moderne winkelpanden.
"Ons stadke krig nen singel" — het lied van Toon Borghuis klinkt als een echo door de tentoonstelling, een herinnering aan de tijd dat de stad diepgaand veranderde.
Desondanks bleven enkele monumenten gespaard, zoals de Plechelmusbasiliek en het stadhuis. De tentoonstelling laat zien hoe de stad in deze periode ook groeide in oppervlakte: nieuwe woonwijken als De Gravenlanden en het Vossenveld verrezen. De textielindustrie maakte een snelle neergang mee; veel fabrieken sloten hun deuren. Dit betekende een enorme sociale omslag. Werkloosheid steeg, en de stad moest op zoek naar nieuwe economische dragers. De tentoonstelling illustreert die zoektocht met foto's van leegstaande fabriekshallen en de eerste bedrijventerreinen die in de jaren zeventig werden aangelegd.
7. Herstructurering en behoud van identiteit
Vanaf de jaren tachtig kwam er meer aandacht voor het behoud van historische waarden. De tentoonstelling toont de veranderende visie op stadsontwikkeling: in plaats van sloop kwam er renovatie. Het Palthehuis zelf werd grondig gerestaureerd. Ook de binnenstad kreeg een opknapbeurt: de Hoogstraat werd deels voetgangersgebied, en er kwam meer groen. De textielfabrieken werden omgetoverd tot culturele broedplaatsen, zoals de fabriek aan de Hengelosestraat die nu ateliers en galerieën huisvest. De tentoonstelling heeft een aantal sfeervolle foto's uit de jaren negentig, waarop de stad weer meer gaat leunen op haar historische karakter. Het toerisme nam toe, en de jaarlijkse Plechelmusprocessie werd nieuw leven ingeblazen.
Ook de carnavalstraditie kreeg een impuls. Het oude liederenrepertoire werd opnieuw uitgevoerd, en de Vastenavend (carnaval) groeide uit tot een van de grootste evenementen van Twente. De tentoonstelling laat een serie kleurenfoto's zien van de optochten uit die tijd, met praalwagens die verwijzen naar de geschiedenis van de stad. Er was een groeiend besef dat Oldenzaal zich kon onderscheiden door haar verleden, niet door het te verdoezelen. De gemeente investeerde in erfgoed: de stadsmuur werd op sommige plekken blootgelegd, en er kwamen informatieborden bij historische plekken. De tentoonstelling ademt die hernieuwde trots, met een indrukwekkende maquette van de stad rond 1900 naast een moderne plattegrond.
8. Moderne stad: duurzaam, groen en digitaal
In de eenentwintigste eeuw heeft Oldenzaal ingezet op leefbaarheid en duurzaamheid. De tentoonstelling toont luchtopnamen van de stad met de nieuwe groene longen: parken, waterpartijen en zonnepanelen op daken. De wijk De Thij kreeg een energie-neutrale renovatie, en de binnenstad werd verder autoluw gemaakt. Er kwamen meer fietspaden en voetgangerszones, die de historische charme versterken. Ook de digitale transformatie is niet onopgemerkt gebleven: de tentoonstelling heeft een interactieve kaart waar bezoekers zelf de stadsontwikkeling door de tijd kunnen volgen. Winkels en scholen zijn meegegaan met de digitale ontwikkelingen, waardoor de stad klaar is voor de toekomst.
De laatste jaren heeft Oldenzaal ook geïnvesteerd in culturele voorzieningen, zoals het vernieuwde museum en de schouwburg. De tentoonstelling laat zien hoe de stad zich heeft aangepast aan de veranderende economie: van textiel naar dienstverlening, zorg en technologie. Nieuwe bedrijven hebben zich gevestigd op voormalige fabrieksterreinen, zoals het bedrijvenpark 't Hoge Vonder. De stad is kleiner dan de buurgemeenten Enschede en Hengelo, maar heeft haar eigen profilering gevonden. De tentoonstelling benadrukt dat Oldenzaal erin is geslaagd om modern te zijn zonder haar historische wortels te verliezen. Dat blijkt uit de vele initiatieven van bewoners die zich inzetten voor behoud van monumenten, stadsgidsen en lokale evenementen.
9. Carnaval, Plechelmus en de Oldenzaalse identiteit
Geen tentoonstelling over Oldenzaal zou compleet zijn zonder aandacht voor de immateriële cultuur. Het carnaval is al decennialang een vast onderdeel van de lokale identiteit. De tentoonstelling heeft een vitrine met carnavalskostuums, fotoboeken en de beroemde 'wauwel'—een lokaal carnavalsblaadje. Ook de Plechelmusbasiliek neemt een centrale plaats in: de kerk is niet alleen een religieus centrum, maar ook een symbool van continuïteit. De tentoonstelling toont oude misgewaden, reliekschrijnen en de processievaandels. Het geloof en de tradities hebben de stad door alle veranderingen heen bijeengehouden.
✨ traditie — de carnavalsvereniging, de bloemencorso, en de jaarlijkse kermis zijn meer dan evenementen; ze zijn de cement van de gemeenschap.
Ook de streektaal, het Twents, is een belangrijk aspect. Op de tentoonstelling zijn audiofragmenten te horen van oude inwoners die vertellen over hun jeugd in de textielfabriek of over de bevrijding. De klank van het dialect roept een gevoel van verbondenheid op. Het Palthehuis heeft een hoek ingericht met oude schoolfoto's en verenigingskronieken, die laten zien hoe het sociale weefsel van de stad door de jaren heen veranderde. Van de katholieke zuil tot de multiculturele samenleving, Oldenzaal heeft zich steeds aangepast, maar de kern van saamhorigheid is gebleven.
10. 2026 en verder: een stad in beweging
De tentoonstelling eindigt met een blik vooruit. In 2026 viert Oldenzaal niet alleen 400 jaar bij Nederland, maar ook de start van nieuwe ruimtelijke plannen. De gemeente heeft grootse ideeën voor de herontwikkeling van het stationsgebied en de aanleg van een nieuw park aan de rand van de stad. De tentoonstelling daagt de bezoeker uit om na te denken over de vraag: wat willen we behouden, en wat mag veranderen? Er zijn stemmen die pleiten voor meer groen, minder auto's en meer gemengde wijken. Anderen willen vooral het historische centrum koesteren zoals het is. De tentoonstelling biedt geen pasklare antwoorden, maar laat zien dat de stad altijd in beweging is geweest.
Oldenzaal heeft de afgelopen negentig jaar, voor zover ik mij herinner, een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Van een kleine industriestad met veel textielfabrieken groeide het uit tot een moderne stad met nieuwe woonwijken, bedrijven en voorzieningen. Toch zijn veel historische kenmerken bewaard gebleven, waardoor Oldenzaal zijn eigen karakter heeft kunnen behouden. De tentoonstelling "De veranderende stad 1626 – 2026" is dan ook meer dan een historisch overzicht; het is een liefdesverklaring aan een stad die steeds weer opnieuw zichzelf uitvindt, zonder haar verleden te vergeten. Het Palthehuis, de basiliek, de singels, en de verhalen van de inwoners vormen samen een levend monument. Een bezoek aan deze tentoonstelling is een reis door de tijd — en een uitnodiging om deel uit te maken van de toekomst van de oudste stad van Twente.
De tentoonstelling laat zien: de stad verandert, maar de ziel blijft. Oldenzaal, 400 jaar jong.
Met deze woorden sluit de expositie af. Bezoekers verlaten het Palthehuis met een rijker beeld van een stad die door de eeuwen heen heeft gevochten, gebloeid en zich steeds heeft vernieuwd. De tentoonstelling loopt nog tot eind augustus en is een absolute aanrader voor iedereen die zich wil verdiepen in de geschiedenis en de toekomst van dit bijzondere stukje Twente.